Oktober 2019
Voorwoord

Dit Akantje omvat weer een periode om u tegen te zeggen. Er was de Utrechtreis die niet alleen een gesmaakt concert opleverde maar ook het bezoek aan een pittoreske stad op twee stralende zomerdagen.

We hebben daarvoor niet twee maar vier reporters. Er is Frie met haar telkens weer opmerkelijke opmerkzaamheid en er zijn de twee enthousiaste koorleden, Lieve en Agnes, die specifiek dag twee onder de loupe namen en allerlei dingen zagen die anderen niet zagen. Maar er is ook een persoonlijke herinnering aan Utrecht van ons B-koorlid Sjaak die een speciale relatie heeft met Utrecht. Utrecht bracht allerlei herinneringen naar boven waar hij ons deelachtig aan wil maken.

En er was natuurlijk ook het Balkanconcert. Godfried reflecteert daarover in zijn ‘Wat was’. Hij schrijft zijn adrenaline stoot weg. Meteen licht hij een tipje van de toekomstsluier in ‘Wat komt’.

Dat concert werd voorbereid in het Drongenweekend. Bij het repeteren houdt Frie blijkbaar ook een notaboekje in de hand (of in haar hoofd?) zodat zij ons geheugen achteraf nog eens kan opfrissen. Op dit koorweekend mobiliseerden de bassen nogmaals voor hun bassenfeest. Zij deden dit met een felgesmaakt gedicht van Koen en Jan en met een lied dat ikzelf schreef.

Een koor is ook altijd een beetje familie. En af en toe zijn er dus familiemomenten om te vieren. Deze keer was dat het zilveren jubileum van bestuurslid Dirk en zijn lieftallige ‘duivel-doet-al’ Gerda. Godfried schreef een lied. Proficiat.

Een Akantje is niet volledig als Bea niet dieper kan ingaan op wat haar roert. De herfst staat voor de deur, de zomer is ‘vergangen’.

Veel leesgenot

Piet De Smet
Wat was

We moeten in de memorie van onze koorhistorie al graven tot de maand mei. Hoewel, één ‘feit’ staat in mijn geheugen gegrift (graven, groef, gegrift). Mei is een fantastische maand om te verjaren: de zon, de lente, de klaprozen, einde schooljaar komt in zicht, reis plannen, … maar dat was dit jaar iets minder prettig omdat het al voor de 60ste keer was… Dat immense leed werd echter dánig verzacht, aan het begin van de repetitie. Rebellie, “stop het inzingen”, overal doken medeplichtigen op, er kwam er zelfs eentje met een viool uit een biechtstoel gesprongen. Ik werd met een kroon ‘versierd’, met een krans omgord en op een troon gezet. Er volgde een fantastisch lied en er werden geschenken aangebracht. Dank u wel, alle Acanti en de aanstokers van deze ‘actie’ om mijn verjaardag op deze manier op te luisteren en op te vrolijken.

Het was een super verrassing, waarvan ik kan blijven nagenieten. Dank u, dank u, dank u!

Foto: Piet De Smet

Op 9 juni zongen we de mis ter gelegenheid van het Pinksterfeest. Een rijpende ‘Marienmesse-inclusief-Kyrie’ van Bamer, een doorleefd 'Ubi caritas' van Gjeilo, een mild ‘Lord, make me an instrument of thy peace’ en een portie bezielde samenzang waren de muzikale ingrediënten voor deze plechtige viering.

Daarna konden we onze liturgische kazuifel voor een tijdje afleggen, en onze blik richten naar Utrecht en de Balkan. Voor Utrecht stelde ik een gevarieerd concertprogramma samen, met daarin onze nieuwste stukken zoals ‘Bogoroditse’, ‘Ubi caritas’, ‘Northern Lights’. We deden onze Vlaamse componisten verdiende eer aan met Jef en Sinaainaar Edgar Tinel, Hemiksemnaar Jules Van Nuffel, Sint-Niklazenaar Camil van Hulse en Kurt Bikkembergs. We vulden aan met enkele ‘klassiekers’ als de ‘Cantique’, ‘Old Irish blessing’ en andere, en eindigden zoetjes in de Angelsaksisch-Amerikaanse sfeer met ‘Make me an instrument of thy peace’ gewaardeerd door het publiek. Dat kwam zo wat van overal, Utrecht, Beveren (daar zat Sint-Martinus voor wat tussen), maar er waren ook familieleden van koorleden, die ‘van heinde en ver’ kwamen.

Dat publiek was niet talrijk, maar wel warm, aandachtig en dankbaar. Dit gevarieerde programma was mogelijk dankzij de medewerking van organist en pianist Fio. Het was bovendien erg aangenaam zingen in deze goed klinkende Aloysiuskerk, waar we trouwens heel gastvrij werden ontvangen. Dit concert was de kers op de taart van een in alle opzichten heel geslaagd weekeinde (behalve dan die prosecco die eigenlijk cava uit Barcelona was die op het bierproeven volgde. Die Hollanders toch ;-)

Foto: Lotte Tachelet

Ik heb hierover reeds bericht in een mail aan het koor, ik laat graag de eer aan de daartoe aangezochte koorleden om hun ‘memoires’ van deze Utrechtse tweedaagse met u te delen.

Foto's Godfried Van de Vyvere

Na Utrecht konden we enkele weken op adem komen. Toch reisde het koor eerst nog een beetje mee. Wij (Lieve, Martine en ik) mochten in Polen immers aanwezig zijn op de bruiloft van Maria, dochter van Krzysztof en Marlena, kennissen van onze eerste kooruitwisseling 1989-90, en vele ontmoetingen daarna. Ik mocht in de mis in kwartet zingen met Marcin en dirigent Borys, en vermits we in de bergen vertoefden, waren er op het feest heel wat ‘Górale’ (‘highlanders’) aanwezig, en dus, jawel, na al een flinke dosis wijn en wodka, zongen we met de bergbewoners en onder begeleiding van de instrumenten (violen, contrabas) het inmiddels roemrijke ‘Góralu…’ dat we met het Sint-Martinuskoor in ’90 ‘meenamen’ naar Lublin. (In 1974!!! speelde ik het al met het volksdansorkest, in Polen.) Toch een bijzondere ervaring, dit historisch-romantisch lied, ‘op het terrein’, met de plaatselijke bevolking en begeleid door lokale musici, kennissen en vrienden van het bruidspaar.

Met Krzysztof. Marlena overleed jammer genoeg in 2015.

Górale, of ‘highlanders’, bewoners van het Poolse bergland, klaar voor de trouwmis

Maria (celliste, doctor in de muziek) en Jacek (vioolbouwer en violist), klaar voor het trouwfeest

De 'Highlanders' in actie

Góralu czy ci nie żal, van 1974 tot 2019…

Lieve en Martine, Bozena, Mirek en Marcin, vinden in Zakopane hun vakantiehuis terug uit 1991!

Op donderdag 8 augustus hernamen we de repetities. Een weekje later reeds zongen we de hoogdag van Maria’s ten hemelopneming. Donkere wolken dreigden, en dus werd voor zekerheid gekozen door de viering te laten doorgaan in de kerk, en niet op de bedevaartweide. Dat bleek de juiste keuze. Maria lokte een volle kerk.

Daarna kwam onze jaarlijkse ‘Hemel’ al heel nabij. Telkens, al 31 jaar lang, een huzarenstukje om een programma te brouwen dat in slechts enkele repetities in een zomermaand met onvolledig koor moet worden klaargestoomd, met niet te veel luistermuziek en met veel samenzang. Gelukkig vonden we dit jaar weer een passend ‘thematiekje’, met Café Méditerrannée, een vlag die heel wat ladinkjes kon dekken, van Spanje tot Griekenland. En wat weer volgend jaar? Misschien moet eens iemand anders een programma maken, een ander koor laten zingen lijkt mij niet zo opportuun, wie ideeën heeft mag ze melden…

De zomer raasde voorbije. Voor de activiteiten van september en oktober waren wij gebonden aan de beschikbare data van resp. De Oude Abdij en CC Ter Vesten. Daardoor lagen koorweekeinde en concerten enkele weken vroeger dan de meeste jaargangen. En mede daardoor moesten de diehards hun tweejaarlijkse hoogmis van de internationale koorwedstrijd in Maasmechelen (dit keer in Genk) missen.

In Drongen konden we goed werken aan ons Balkanprogramma, er werd zelfs nog een totaal nieuw stukje ingestudeerd. Het muzikale luik van het weekeinde was best wel prima, het culinaire (nou ja) onderdeel was eerder een afknapper. Die bruingeblakerde kippenbillen met die halfgestoomde gladde smakeloze binnenkant die naar stokvis smaakte. En als dat naar binnen gewerkt was, werden er plots nog kommen kroketten op tafel ‘gegooid’. En potjes mayonnaise. Wordt besproken…

En dan was het zo ver. Op 5 en 6 oktober palmden we het CC Ter Vesten in voor twee voorstellingen ‘Balkan Express’ samen met Ishtar. Het werd twee keer feest. Prettige, opzwepende muziek, soms ook weemoedig en diepgaand, voor een onverhoopt of toch verhoopt ruim publiek. De synergie tussen Acantus en Ishtar zat goed, tempi settelden zich. Decorelementen als een Hongaars kampvuurtje en een agrarisch-folkloristisch tafereeltje met stro en etnische attributen (uit de collectie GVdV) vulden de hoeken van het podium. Het gigantische projectiescherm, en de daarop geprojecteerde foto’s versterkten de sfeer of de inhoud van de liederen. Acantus was in vorm. Een indrukwekkend zicht, die vier rijen zangers over 10 meter breedte gespreid. Lichteffecten. Het publiek leefde mee. Ik leefde mee. En ik hoop van jullie het zelfde.

Een bad van adrenaline. Hoog.

Daarna: de adrenalineval. Diep.

Balkan Express: tijdig vertrokken, en goed aangekomen. NMBS Express lijkt mij geen al te optimistisch volgend project.

Godfried Van de Vyvere
Wat komt

Hohoho. Daar zijn we nog niet helemaal mee klaar.

Eerst zijn er de twee kerstconcerten met Ishtar, te Kallo en Veldegem (ook ‘agrarisch-folkloristisch’, stro moet niet meegenomen worden). Een afspiegeling van de concerten in 2016, met een aantal nieuwe stukken.

Er zijn bestuursverkiezingen.

Er is een kick-off zondag, 12 januari.

Rechte lijn van 6 maanden naar de World Choir Games.

En bereiden wij intussen ook al….de Mattheuspassie voor? Optie 12-3-21. Bach zelve zou snoepen van deze palindroom-getallenreeks. En dan nog zijn verjaardag ook!

Kunnen wij de uitwisseling met het koor ‘Ton in Ton’ uit Eisenstadt realiseren? Juni ’20, juli ’21.

Hohoho. Daar is een en ander loos. Onze blik zit al tot half 2021. En een half (!) jaartje later is er ons groot jubileumjaar, Acantus 75!

Hohoho Acantus: gogogo!

Godfried Van de Vyvere
Utrecht juni 2019

De vijf elementen beleven en dan onze Hemel verdienen

VUUR – van de zon, van de passie, hartverwarmende & vurige verbinding …

De bus van Reizen Lauwers stortte alle Acanti inclusief bagage uit aan het Apolo City Center hotel op de Vredenburg 12 in Utrecht. Voor heel even en met gesloten ogen, konden wij ons ergens in een Zuiderse stad wanen en niet in het voor België noordelijk gelegen Utrecht.

Als de zon op dit ochtendlijke uur al zo vurig heet kon branden, wat zou dat betekenen voor de rest van de dag?

Foto: Piet De Smet

De stadsgidsen waren er nog niet. Op het pleintje verderop was het markt. Nog een kwartiertje dus om daar wat rond te kuieren en een zonnehoedje of wat zonnecrème, wat verfrissende kersen of een flesje water te kopen. Voldoende tijd om onze zintuigen te laten wennen aan onze nieuwe culturele habitat voor het weekend. De geur van Hollandse (al-dan-niet-gaatjes-) kaas, verse maatjesharing met uitjes en gefrituurde kibbeling, de kleuren wit rood blauw én de Hollandse klanken van het getater van marktkramers en –bezoekers hielpen ons daarbij. “Nou, ja hoor”, we waren wel degelijk in Nederland!

Met drie gidsen doken de Acanti, in groepen verdeeld, voor anderhalf uur de stad in.

Onze gids leidde ons langs enkele belangrijke Utrechtse “hot spots”. Met haar vertellingen gaf ze ons een goed inzicht in heel wat geschiedkundige, architecturale, godsdienstige, archeologische, en culturele ditjes en datjes over de stad. We ontdekten vrij snel dat het water, waar je ook gaat of staat, nooit écht veraf is. Alleen al die gedachte bracht een soort van verkwikkende en verkoeling brengende geruststelling in de loden hitte die als een zwaar en klam deken over Utrecht én onze schouders lag. Ook merkten we al gauw dat de honderd-en-twaalf meters hoge Domtoren, hoog boven de stad uitstekend, een goede oriënteringsbaken zou zijn, dankzij dewelke we ook zonder kompas niet verloren zouden lopen. Eindpunt van de gegidste stadswandeling: het stadhuis.

Daar werden we bijzonder hartelijk ontvangen in de pas gerenoveerde imposante trouwzaal. Aan de mooi gedekte receptietafeltjes konden we ons naar believen bedienen van lekker koude Utrechtse Dom-pralines en ons laven aan allerhande soorten flavoured water mét ijsblokjes. En ja, er was ook koffie en thee, voor wie zich nog wat éxtra wou verwarmen, of voor wie al toe was aan een theïne- of cafeïneboost. We waren per slot van rekening allemaal vroeg opgestaan om op tijd te verzamelen op het Beverse Stationsplein!

De verbroedering en verzustering tussen Acantus uit Beveren, de schepen van Utrecht, optredend in naam van het stadsbestuur en haar/zijn burgers, en de Sint-Maarten comités uit Beveren, Utrecht én Leiden was hartverwarmend. Iedereen die het woord nam, sprak met vuur en met passie over dit initiatief, dat aan slechts een vonkje was ontsproten. Er werd gesproken over wat ons bezielt, aanvuurt, warm houdt en verbindt. Sint-Maarten draafde daarbij uiteraard veelvuldig op, té paard!

Foto: Frie Van Rossen

We zouden Acantus niet zijn als we wat we voelen en beleven niet zouden verklanken en uitzingen. En dus zongen we het lieflijke ‘Lied van mijn land’. We lieten het niet wars van enige trots weerklinken op Hollandse bodem. We sloten af met het vrolijke ‘Sint-Maartenlied’ met de “hij-trok-zijn-degen-uit-de-schee-en-sneed-zijn-mantel-rats-in-twee”, jaja, in dat toch zo schoon Vlaams idioom van ons.

Foto: Frie Van Rossen

Na het plechtige ontvangstgedeelte, kregen we nog een korte, interessante rondleiding door de vertrekken van het stadhuis, tot in de raadzaal. Ook bewonderden we kort de origineel ingerichte kleine trouwzaal… We zullen maar niet verklappen wat voor moois zich daar à l’improviste voltrok… (knipoog).

En dan was het hoog tijd voor een lunch. Die nuttigden we met een klein groepje, bij ‘een Turk’, ergens langs de Oudegracht. Terwijl we onze dorst lesten met wijn of bier, schoven de boten, pedalo’s, schuiten, kano’s en kajakken in alle formaten en kleuren voorbij ons terras. Hier en daar zaten er in de sloepjes jonge vrouwen in bikini en jongemannen met ontblote bovenlijven.

A table with prime view hadden wij! Het ontbrak ons aan niks om ook onze ogen de kost te geven…

Al dat gewemel op het water, deed ons zelf ook zin krijgen in een boottochtje. De wachtrijen waren echter té lang, dus lieten we de bootjes aan onze neus voorbijgaan en slenterden we de stad in, naar de Sint-Maartenskathedraal.

Foto: Frie Van Rossen

 

HOUT : groeien en ontdekken, zien en proeven …

Daar in de Domkerk was het lekker koel en zong de Domcantorij om halfvijf het laatste van zes gratis (lees “vrije gift”) concerten van de reeks ‘Vrouwen in de muziek’. Daar zegen we neer op de houten zitbanken en ontblootte ik mijn van de warmte opgezwollen voeten en liet ze afkoelen op de heerlijk koele stenen vloer. We probeerden te genieten van wat ingetogen stilte voor het concert. Dat was moeilijk, omdat buiten op het Domplein de demonstranten van een Utrechtse mini-klimaatbetoging hadden postgevat en nog luidkeels stonden te manifesteren. In het gezelschap van Tin en Daan, zittend op de sobere houten bank, liet ik me in vervoering brengen door verrassend mooie muziek, uitgevoerd op een hoogstaand niveau. Een lied in het bijzonder had mij heel erg kunnen bekoren.

Na het concert was er nog een halfuurtje tijd voor een sanitaire en opfrissings-pitstop in het hotel. Dan gingen we richting brouwerij Oudaen. Daar mochten wij in alle exclusiviteit de eerste verdieping bevolken en plaatsnemen aan mooie lange houten tafels. De diensters waren jong, maar wisten van wanten: ze deden hun best om ons zo vlot mogelijk te serveren en de hoofden koel te houden in de steeds verder oplopende temperaturen.

We proefden twee frisse biertjes: witbier Oudaen en een huisgebrouwen IPA. We kregen daar ook een sprankelend woordje uitleg bij. Klinkt toch wel sexy die Nederlandse tongval...

De frisse biertjes waren welgekomen en smaakten best lekker. Via de openstaande ramen verwarmde de ondergaande zon moeiteloos nog twee uur lang onze ruggen!

Na het aperitiefje, de soep, en de victoriabaars met vers gegrilde groentjes en moelleux met crème anglaise, waren we wellicht allemaal blij de gelagzaal te kunnen verlaten en wat zuurstof en ‘koelte’ te kunnen ‘bijtanken’, ergens op een pleintje of aan de waterkant.

Foto: Frie Van Rossen

 

METAAL: beleven en spelen, concentreren en onderzoeken

Onze Utrechtse zondag startte, voor de enen wat vroeger dan voor de anderen, met een bezoekje aan het ‘vrolijkste museum’ van Nederland, het Speelklokmuseum. Dit museum, met zijn collectie automatisch spelende muziekinstrumenten, waarvan de meeste nog in werking zijn, bleek vanaf het begin van onze rondleiding, oftewel “muzikale tour”, bij ons allen de juiste snaren te beroeren.

Aan het onthaal werden we verwelkomd door Renée: een enthousiaste Hollandse blondine en slanke jonge vrouw, met getatoeëerde armen, gekleed in een zwarte legging die geen enkele van haar strakke rondingen verhulde –wat menig mannelijk koorlid wel niet zal zijn ontgaan! Ze gidste ons via de metalen wenteltrap naar de eerste verdieping. We hielden halt bij het carillon (of nog, klokkenspel of beiaard). Tijdens de ochtendlijke rondleiding op zaterdag hadden we al kunnen genieten van een knap staaltje live-speelwerk, vanop de 112 meter hoge Domtoren (zonder windhaan maar mét een Sint-Martinus te paard die de windstreken aanwijst). De prachtige melodieën klepelden lieflijk over de Utrechtse panden, straten en pleinen, en brachten onze oren in vervoering.

Foto: Frie Van Rossen

Renée demonstreerde ons nu vakkundig hoe zo’n klokkenspel werkt. Een ware openbaring over het vernuft waarmee in dit ‘instrument’ de speeltrommel, riempjes, gewichten, klepels of hamers en bellen of klokken met elkaar in verbinding staan om op de juiste manier samen te werken en te spelen. Dat gebeurt op commando van de ‘klokkenist’ (beiaardier) die de houten klavierstokken met de vuisten aanslaat, of via de mechanisch aangestuurde en ‘voorgeprogrammeerde’ speeltrommel die ronddraait en met pinnen, gestoken in de juiste gaten, zorgt voor het in beweging zetten van de klokken. Zo kan het carillon over heinde en verre haar muziekstukken laten weerklinken.

Na de demo van het klokkenspel liet onze blonde gids ons de speelklokken horen. Met haar sleutel wond ze enkele fraai vervaardigde klokken op, waardoor ze in werking traden en één voor één hun muzikale kunsten lieten horen én zien. De wijzerplaten van de klokken, legde Renée uit, zijn ondergeschikt aan de muzikale én visuele spektakels die ze ten beste geven. De ene klok was van Engelse makelij, haar waarde werd geschat op een klein huis. Ze bracht bijna als een televisie avant-là-lettre op elk geslagen uur beweging in een bekorend, landelijk tafereeltje waarin paardenkoetsen heen en weer rijden doorheen een frisgroen landschap en een man wel uren-, dagen-, weken-, maanden-, ja zelfs jarenlang, aan een houten doodskist staat te timmeren. Had jij zoiets ooit al gezien? Ik niet…Een doodskist, want ja hoor, ook toen, in de tijd dat dergelijke klok menige haard sierde, stonden mensen af en toe al stil bij de vergankelijkheid van het leven, en beseften ze dat de tijd soms langzaam, soms snel, maar altijd gestaag, as we speak & write, live & love, zowat àlles ‘in no time’ kan wegtikken en dat je hem dan toch maar beter goed kan gebruiken en aangenaam doorbrengen. De Franse speelklok met de (levens)boom, de fladderende vogeltjes, het watervalletje zat barstensvol fijne “Franse frivolité” en was van een ontroerende schoonheid…

Foto: Frie Van Rossen

Van de speelklokken ging het naar de Porter pré-platenspeler. Ongelooflijk hoe uit die houten doos, zonder enige akoestische versterking, een lied zo helder en luid kan weerklinken. We bleven vervolgens staan bij een van de draaiorgeltjes. Renée zwengelde het handmatig aan, met de rechterhand, en zichtbaar niet zonder moeite: haar wangen kleurden steeds roder. Met de linkerhand, gehuld in een wit handschoentje, hield zij ons de tekst voor van een ons onbekend liedje (“Hollandse smartlap”). Wij zongen het mee, alsof we het altijd al hadden gezongen, samen en op de tonen die uit de draaiorgelpijpjes weerklonken.

“Kon jij maar Trouw zijn, maar nee dat kun jij niet Je houdt alleen van mij, zolang je me ziet. Je teder hartje, is als een autobus, met 30 plaatsen en nog 15 aan de lus”

Schitterend!

Foto: Frie Van Rossen

We eindigden de rondleiding bij enkele pièces de résistance van de speelorgelcultuur: in de danszaal schreden we over de prachtige parketvloer en bleven we staan, met monden open van bewondering,voor de mooie collectie van fraaie, soms om ter mooist versierde en beschilderde speelorgels ooit gezien. Het ene al groter dan het andere.

Renée demonstreerde een Violina van Belgische makelij. Een ingenieus systeem van vier violen, in cirkelboog draaiend over en op gezette tijden uitklappend tegen een hoepelvormige met paardenharen beklede structuur, alternerend of gecombineerd, al naargelang de sol, re, la of mi-snaar moest aangestreken worden. De orgelpijpjes blazend, ergens binnenin. De Violina speelde het lied ‘Aan de oevers van de Schelde’… en wij zongen het terstond mee. Wonderlijk ook dat deze Violina dateerde uit 1916 en dus in één stuk was gebleven tijdens één halve eerste en een hele tweede wereldoorlog! Een knap staaltje van automatisatie zonder digitaal gedoe maar vol mechanisch vernuft van meer dan een eeuw geleden! Kers op de taart waren de Mortier én, last but not least,de Decap… voor sommigen van de Acanti, nog een stukje pure nostalgie. Daar moest toch op gedanst worden, hé, Bea?

WATER – waterfietsen, aan- en afdobberen, beetje wegdromen

Onze poging om ons op het water te begeven was zaterdag dan wel gestrand op een kade, overbevolkt door grote getalen kandidaat-bootjesvaarders en het weinig aantrekkelijke vooruitzicht van lange wachttijden in de blakke zon. Maar zondag, na ons vermakende bezoek aan het Speelklokmuseum, hadden wij in géén tijd een pedalo ‘versierd’ om een uurtje te gaan varen. De verhuurder legde het even uit aan de (domme) Belgjes: “je trapt een halfuurtje “heen” en dan een halfuurtje “terug”, zo zijn jullie zeker op tijd terug.” We konden -hartstikke handig- elk apart pinnen voor de betaling en gaven 20 euro in pand.

Foto: Frie Van Rossen

Stel je voor dat we averij opliepen of om een of andere andere bizarre reden het vaartuigje niet terug stipt zouden aanmeren en inleveren :-) Zo begaven we ons dan toch, nog voor de middag, op de nog niet al te druk bevaren en net wat koelere grachtenwateren van Utrecht. Het watertrappen deden we met vier in een boot, Piet, Katrien, Bea en ikzelf. De ene nam al een passievere of actievere rol voor zijn of haar rekening dan de andere. De gids had ons al diets gemaakt dat de Oudegracht doorheen de jaren de stad handig van dienst geweest was. Bijvoorbeeld voor het “aandobberen” van onder meer tufsteen uit het Eifelgebied voor de bouw van kerken en huizen. Ook voor het “afdobberen” van, zoals daar waren, de stoffelijke resten –niet meer in hun geheel- van Karel V. En die zondag waren wíj het, die “aan- en afdobberden”, springlevend en als kleine kinderen, al zingend, een beetje zigzaggend, laverend onder brugjes door, af en toe zwaaiend, naar mensen op de kade! Plezant was dat…

Zo voeren wij, op en af, met blij en opgewekt gemoed en lachende snoet. Een en ander bleef niet onopgemerkt voor een groepje Acanti. Zij op de brug. Wij beneden, op het water, in onze pedalo. Dat gaf toch wel schitterende interacties! Ook gaf het ons een ander zicht, op de straten en de huizen.

Van beneden naar onder kijkend, en niet van boven naar onder! En het leverde ook nog eens mooie foto’s op. Onze waterfiets leverden we tijdig in. Nog even de tijd voor een snelle, lichte lunch bij Bakker Bart, een Italiaanse bol met warme beenham, salade en een honing-mosterd dressing. Ideaal want niet te zwaar op de maag. Er moest immers nog gezongen worden. De apotheose van de koorreis moest nog aanbreken.

Foto: Frie Van Rossen

AARDE: wortelen en aarden, zijn in het hier en NU, in de tegenwoordige tijd.

De Sint-Aloysiuskerk waar we ons concert gaan zingen, ligt een beetje buiten het stadscentrum. En gezien we al gepakt en gezakt zijn en alles in de bus is geladen, worden we daarheen gereden. Carry, Paul en Mario vervoegen ons ter plekke. De Sint-Aloysiuskerk is een sobere, mooie kerk, met bakstenen zuilen, gewelven en kleitegels in aardse kleuren.

We worden alweer gastvrij ontvangen.

Godfried bereidt ons voor op het inzingen, met een meditatieve oefening waarbij we ons concentreren op “geaard staan en rustig ademen”. We richten onze aandacht naar binnen. “Je bent alleen, met jezelf.”

Zo maken we het stil en leggen we nodige focus naar ons zingen. De akoestiek van deze kerk moet wat worden uitgetest. Opstelling vlak voor het orgel, of voor het altaar? Godfried wikt en weegt en beslist. De stukken met begeleiding voeren we uit, vlak voor en in nauw contact met het orgel, bespeeld door Fio, achter het altaar. De a capella muziekstukken zullen we zingen voor het altaar, in contact met het publiek. Een fijne afwisseling waarvoor we het af- en opgaan nog wel even moeten inoefenen. Na het inzingen is er nog een kwartier tijd voor koffie of thee en een koekje “backstage” en het nodige uit- en aangekleed voor wie zijn of haar uniform nog niet had aangetrokken. En dan kunnen we aantreden…

Foto: Lotte Tachelet

We zingen een uur lang, met focus en gevoel, voor een niet al te uitgebreid maar aandachtig publiek.

Dat uur gaat alweer veel te snel voorbij! Godfried ziet er een tevreden dirigent uit.

Foto: Lotte Tachelet

Na afloop zet onze bus koers naar hotel-restaurant Vlonders. Daar wacht ons een leuke verrassing: vleesfondue! Eerst worden er nog aperitiefjes versierd op het terras bij een lage avondzon. Daarna wordt het binnen nog gezellig en lekker tafelen rondom de grillplaten. Ook onze samenzangboekjes komen naar boven! De sfeer is helemaal top. We kunnen immers tevreden terugblikken op een zeer geslaagde koorreis. Op de bus zingen we nog wat verder en praten we na. Met plezier lees ik links en rechts aan wie dat wil zijn/haar horoscoop van de week voor uit de Primo. Zo weten we tenminste wat voor elk van ons de komende dagen nog in de sterren staat geschreven. Aangekomen in Beveren nemen we afscheid en keert iedereen huiswaarts. We zullen elkaar missen in juli, tijdens de repetitiestop, maar het weerzien in augustus zal des te blijer zijn!

Dank aan het bestuur, de werkgroep Utrecht voor de vlotte organisatie en de creatieve ideetjes! Merci ook aan Godfried, onze muzikale “herder”!

Wij verdien(d)en onze HEMEL!

Na het beleven van de vijf elementen in Utrecht, waren we toe aan wat rust, vakantie. Want in augustus moeten we er weer ‘vollen bak’ invliegen. Kwestie van onze HEMEL te verdienen, en de voorbereidingen van onze Balkan Express concerten begin oktober tijdig te hervatten!

Tot een volgende keer, lieve lezers-Acanti !

Frie Van Rossen
De liefde voor muziek

Een herinnering aan Utrecht

Begin jaren ‘70 stond ik als schuchter manneke van twaalf na een kerkdienst onderaan het smalle wenteltrapje te wachten tot de organiste naar beneden zou komen om mij op te halen. Ik had mijn vader, in die tijd actief in het kerkbestuur, gevraagd of ik een keer bij het orgel mocht kijken.

En zo gebeurde het. Boven bij het orgel keek ik mijn ogen uit! Wat een groot instrument en van zo dichtbij! Ik kreeg uitleg over de werking van het orgel en een demonstratie van de verschillende klankkleuren. Het was teveel om in één keer te bevatten, maar dat deerde niet, want gedurende de daarop volgende drie jaar was ik vrijwel iedere kerkdienst bij het orgel te vinden. Zodoende kreeg ik niet alleen de kans om zowel het orgelspel van dichtbij mee te maken, maar ook om een grote variëteit aan orgelliteratuur te leren kennen.

Ik kende orgelmuziek van de kerkdiensten, maar ook van de popgroep Ekseption, waar ik toen groot fan van was.

Foto: Wikipedia

De organiste, Marieke Kok, was toen bezig met het voorbereiden van haar eindexamen orgelspel aan het Rotterdams conservatorium. Op de maandagmiddag studeerde zij altijd, dan ging ik na schooltijd luisteren en later registreren en de bladmuziek omslaan. De leerzame gesprekjes over muziek tussendoor of bij een bakje koffie in het café naast de kerk zal ik nooit vergeten. Ze concerteerde ook in den lande, dan ging ik mee als registrant. Dat waren geweldige ervaringen, al die mooie concerten en het registreren van nòg grotere orgels waren onvergetelijk.

Uit deze samenwerking ontstond een hechte vriendschap met Marieke en de liefde voor orgels, orgelmuziek en klassieke muziek in het algemeen. Zij leerde mij luisteren en in muziek steeds nieuwe details te ontdekken. "Beluister een muziekstuk meermaals en je zult steeds andere dingen horen", hield ze mij steeds voor. Nog altijd stuurt ze me verslagen van de door haar bezochte concerten. Ze beschrijft sfeer, opvallende passages en instrumentalisten als geen ander.

Op het orgel mocht ik later ook assisteren bij het stemmen van de tongwerken (bazuin, trompet, dulciaan en schalmei). Eerst de toetsen indrukken, maar het later ook zelf doen, erg leerzaam en uiterst goed voor het gehoor, behalve bij de hoogste octaven van de horizontale trompet, daar werd je wel een beetje "horendol" van!

In die tijd begon ik ook als trompettist bij de plaatselijke harmonie EMM (Eendracht Maakt Macht). In 1973 verscheen in Nederland een nieuw Liedboek voor de Kerken (LvdK). Om de nieuwe melodieën aan te leren, werd mij gevraagd om deze op trompet te ondersteunen. Dit werd door velen zeer gewaardeerd. Zodoende raakte ik ook goed thuis in het kerklied. Jarenlang heb ik op deze manier een muzikale bijdrage geleverd aan de kerkdiensten.

Foto: Sjaak Van Loo

In de Dom van Utrecht werden destijds Liedboekdagen georganiseerd, die we samen bezochten. Daar kwam het liedboek tot leven door de ontmoetingen met mensen als Frits Mehrtens (componist van het lied “Zingt Jubilate”, de titel van het latere Vlaamse liedboek), Adriaan C. Schuurman, Jaap Geraedts, Maarten Kooij, Willem Vogel en predikant dr. van der Werf. We hebben wat afgezongen in die Dom! Ik herinner me een dubbelkorige zetting van “Wat zijn de goede vruchten” van componist Willem Vogel op tekst van Willem Barnard. Willem Vogel zelf leidde de zangoefeningen en de uiteindelijke uitvoering.

Foto: Wikipedia

Maar de mooiste herinnering was toch wel de ontmoeting met Ignace de Sutter . Zijn lied “Met de boom des levens” was in Kruiningen welbekend. Ik werd aan hem voorgesteld en vertelde dat ik als trompettist in de kerk van Kruiningen speelde. Hij reageerde heel positief; zijn hartelijkheid en warm-menselijke belangstelling waren indrukwekkend en zijn woorden waren heel inspirerend.

Wie had kunnen denken dat ik zoveel jaren later met een koor uit Beveren, genaamd Acantus, opnieuw in Utrecht zou zijn! Tijdens het goed georganiseerde koorweekend heb ik genoten van het prachtige concert in de Aloysiuskerk. Ook het verdere weekend was heel aangenaam en gezellig. Utrecht heeft mij zodoende ook weer nieuwe ervaringen gebracht, maar deze herinneringen wilde ik graag met u delen.

Sjaak van Loo, Kruiningen, 29-09-2019
Utrecht, zondag 30 juni 2019

De ochtendstond heeft goud in de mond.

Aan onze ontbijttafel werden we getrakteerd op een vrolijke bloemlezing van Koen over zijn “dierentuin”. Allemaal heel grappig, enkel problematisch als je op reis wil. Daarom een warme oproep van zijnentwege naar mogelijke kandidaat-beestensitters toe tijdens hun vakantie.

Na het ontbijt wandelden we zonder veel verwachtingen richting het speelklokmuseum. Maar een lieve en enthousiaste Renée zorgde er al vlug voor dat we volledig in de ban raakten van de wereld van carillons, muziekdozen en draaiorgels in alle kleuren en formaten. Onvoorstelbaar hoe men van gewone klokken zo’n pareltjes maakte (een heus lentetafereel, een acrobaat in volle actie, prachtige landschappen, een ongekende variatie). Renée toonde het ons met veel bravoure. We waren alweer een verrassende ervaring rijker!

Op de middag aten we rustig in de schaduw van de dom en kuierden vervolgens langs de Utrechtse wateren, tot we plots opgeschrikt werden door een luidruchtig viertal in een bootje…, het bleken bekenden te zijn.

Foto: Lieve De Munck

Het werd dan tijd voor het echte werk…, ons concert! Veel Utrechtse luisteraars hebben we niet gespot, maar - naast onze trouwe B- en C-ploeg - zorgden enkele koorleden voor extra publiek. Zo ontving Marina een serieuze delegatie: haar dochter Saskia met haar gezin alsook een zus van Aurèle. En ook Agnes’ nichtje Charlotte en haar - toen toekomstige maar intussen - echtgenoot Hildo waren van de partij. Allen waren blij verrast door onze mooie koorklank, en naar onze bescheiden mening zongen we een sfeervol en mooi concert.

Foto: Lieve De Munck

Uiterst tevreden zakten we af naar hotel Mitland. Dank zij de vlotte bediening van een vlijtige Danielle genoten we van een aperitiefje op het zonnige terras, en daarna van een heerlijke “tafelgrill”, ongecompliceerd en smakelijk.

Moe maar voldaan keerden we die dag nog met de bus huiswaarts. Frie zorgde voor veel animatie met haar sterrenbeeldanalyses.

Jammer dat Godfried en Martine hun mooie bedankingsboeket vergeten waren, maar de foto ervan maakte toch heel wat goed.

Foto: Lieve De Munck

Het was een meer dan geslaagd weekend!

Twee enthousiaste koorleden, Lieve en Agnes
Melopee revisited - Ga met een bas

Ga met een bas (Op de tonen van 'Laat ons een bloem')

 

Dit is een lied voor de mensen die zorgen

Van ’s morgens tot ’s avonds voor vriend en gezin

Dit is een lied voor de burnouts van morgen

gevangen, gevat in een helse waanzin

 

Neem eens wat rust en ga mee met de bassen,

Zij nemen u mee naar een prachtige stee

Mech’len dat zal je eens grondig verrassen

we sluiten het af, met een prima diner

 

Je werkt en je slaaft en je bent net op tijd maar

De biefstuk die maal je nog half in je mond

Je neemt het erbij want de zang is je dierbaar

Vertwijfeld, vermoeid, je denkt ‘is dat nog gezond?’

 

Neem eens wat rust en ga mee met de bassen,

Zij nemen u mee naar een prachtige stee

Mech’len dat zal je eens grondig verrassen

We sluiten het af, met een prima diner

 

Je moet als sopraan soms zo hoog als de sol gaan

Als alt heb je nooit eens de hoofdmelodie

De tenor, ocharme, mag nooit voor spontaan gaan

Als bas vraagt het zingen heel veel energie

 

Neem eens wat rust en ga mee met de bassen,

Zij nemen u mee naar een prachtige stee

Mech’len dat zal je eens grondig verrassen

We sluiten het af, met een prima diner

 

Ga met een bas eens het leven wordt vrolijk

Hij geeft je veel steun en hij staat als een huis

Hij lacht en hij speelt en hij is altijd olijk

je wordt een nieuw mens en je voelt je weer struis

 

Mech'len de stad waar het gras echt nog groen is

Romantische Dijle, is echt nog OK

Geniet in het Anker en proef de geschied’nis

Het is nu heel zeker: “ik weet ik ga mee”

Het is nu heel zeker: “ik weet ik ga mee”

Ik weet ik ga mee

Ik weet ik ga mee

Ik weet ik ga mee

Ik weet ik ga mee

Foto: Internet

Koen Mols, Jan Cerfontaine, Piet De Smet
Drongen: een oefening in Da-sein

Koorweekend 15 en 16 september

De oude abdij is ons inmiddels vertrouwd als stek voor ons jaarlijkse koorweekend. Voor mij is het “al” “mijn derde Drongen”.

De tuin, of liever het park rondom, verwelkomt ons ook dit jaar weer met lieflijk groen en een hint van herfsttooi. Hij ligt er vredig bij, hult zich in het lage weer-bijna-herfst-zonlicht, en is nog mooier dan in mijn herinnering. Melkwitte dauw op het pas gemaaide gras ligt er ’s morgens bij onze aankomst. In de boomgaard hebben de bomen, zwaar van de appels, peren en gebolsterde noten, hun vruchten rijkelijk her en der in het rond afgeworpen. Ze liggen er wat plompverloren bij, rondom de boomstammen, in de langgerekte schaduw van de kruinen, op het uitgestrekte, malse grasperk.

Foto: Frie Van Rossen

Het park wordt afgezoomd door kreekjes en beekjes. De takken van de bomen die het water afboorden langs een van de dreefjes achterin, reiken steil verticaal hemelwaarts. Het is alsof ze het licht van de zon vlak voor de overgang naar een ander seizoen nog eens gulzig in zich willen opnemen.

Hoe zij daar staan, doet me denken aan hoe ik sta op de mat, halfweg een van de vele soorten zonnegroeten die ik me tijdens de wekelijkse yogales eigen probeer te maken. Het is vooral van belang om bij het begin van de oefening goed geaard, geworteld én in evenwicht op de mat te staan. Terwijl de yogi rustig inademt, brengt zij -of hij, maar dat zeg ik maar één keer- haar armen van naast het lichaam gestrekt en zijwaarts, in vloeiende, gecontroleerde en in half cirkelende boogbewegingen tot boven het hoofd, waar zij met gestrekte armen de handpalmen bij elkaar brengt en ernaar opkijkt. Vervolgens zet zij de uitademing in, altijd door de neus. De yogi laat de samengebrachte handpalmen zakken, volgt ze met haar blik,… neerwaarts, langsheen haar gezicht –dan met de ogen gesloten- langs de borst en de buik, tot die handpalmen elkaar weer moeten loslaten en de handen hun weg terug zoeken naar de plaats van waaruit de beweging startte, links en rechts, naast het lichaam. Daarna begint de hele beweging én ademcyclus opnieuw: in en uit, altijd langs de neus. Opwaarts, reiken naar boven, neerwaarts, aarden naar de grond. Verbinding maken én loslaten doorheen traag vloeiende en bewuste bewegingen: dat vraagt om focus binnenin, maar ook buiten haarzelf. Ze richt haar blik naar binnen, en soms ook naar buiten, op een vast punt dat ze zelf kiest, ergens in haar blikveld. Het gaat altijd weer om balans zoeken, soms kwijt raken maar terugvinden, een afwisseling tussen vasthouden, verbinding maken om dan weer los te laten. Daar gaat het om, au fond, in de yogales. Ik ben er behoorlijk aan verknocht, sinds een jaar nu. Het is de enige sport –tenzij zingen ook een vorm van sport is- die ik al langer dan een jaar beoefen, én nog volhoud ook! Misschien beter zelfs: ik kan die yoga niet meer missen. Beschouw het als een oefening in Da-sein...

Da-sein oefenen we ook tijdens ons koorweekend. Deze keer staat het abdijgebouw in de steigers. Er zijn werkzaamheden aan de gang. Binnen én buiten. Een deel van de buitengevel kreeg al een nieuw geel kalei-kleedje. Binnen is een van de kloostergangen mooi gerenoveerd en terug spierwit gekalkt of geschilderd. Op de tweede verdieping zijn een reeks ramen afgeplakt, waardoor het zicht op de binnentuin aan het oog onttrokken wordt maar de tekeningen en kunstwerkjes op de gangmuur mij bijzonder hard opvallen. We zoeken onze weg naar binnen. Naar het repetitielokaal.

Foto: Frie Van Rossen

Op de eerste verdieping geurt het al naar koffie, en weerklinkt het ochtendlijke, frisse gezoem van de vlijtige en in vrij grote –maar niet volledige- getale presente Acanti. De repetitieruimte vult zich en we gaan aan het werk, of liever, we slaan aan het zingen. Manu en Tin loodsen ons door de zaterdagochtendrepetities heen en al snel is het tijd voor de lunch.

Van het eten moet de versterking van de innerlijke mens deze keer niet komen. Het eten laat te wensen over, in vergelijking met de voorgaande jaren. Het zingen zelf en het samenzijn, ondanks het feit dat we toch enkele Acanti moeten missen, brengt des te meer soelaas. Er zit da-sein in ons samenzijn…

Na de lunch neemt Godfried het dirigeerstokje over van Manu en Tin. Op het programma dit jaar staat voornamelijk het inoefenen van de Balkanmuziek, als voorbereiding op onze nakende concerten met Ishtar op 5 en 6 oktober. Grootste uitdaging daarbij is –misschien- niet zozeer om ons de muziek of de melodieën of liederen zelf eigen te maken, dan wel om een zo correct mogelijke uitspraak van de verschillende Balkan-talen na te streven. Roemeens, Macedonisch, Servisch, Hongaars, Roma, Grieks,… ze passeren allemaal de revue. Dat is best wel een mondje vol! Wie niet fonetisch kan schrijven, behelpt zich met andere annotaties, maar opschrijven en aanduiden moeten we, anders krijgen we menige tekst niet uitgesproken en weten we niet wanneer piano of forte zingen.

Foto: Frie Van Rossen

Het dagprogramma is, zoals altijd, pittig. We zingen best veel, en (veel) tijd voor een échte pauze is er niet over. Dat wringt wat. ’t Is nog zo’n mooi weer buiten… Maar het brengt ons wel in de nodige focus om vooruitgang te boeken en ons de muziek voldoende eigen te maken om ‘klaar’ te zijn voor de laatste en generale repetities voor onze concerten.

Zaterdagavond is er wel tijd voor ontspanning. Bij een Westmalle, Orval, of ander –al dan niet- geestrijk drankje, is het alweer gezellig keuvelen en vinden we elkaar terug in een informeel samenzijn, dat altijd goed voelt. De samenzang uit onze boekjes blijft natuurlijk niet lang uit en wordt ingezet. Er wordt wat afgezongen en een beetje afgedronken… maar al bij al houden we het deftig: we maken het niet te laat, zodat we zondag fris en monter op het appel kunnen verschijnen, behoudens een enkele onfortuinlijke uitzondering (Martine, ocharme toch!).

Foto: Frie Van Rossen

Na een karig kloosterontbijt, gaan we weer verder met zingen. In de namiddag trakteert Godfried ons op een onderhoudende (voor)lezing én brengen onze bassen een gedicht en lied ten berde, als uitnodiging voor hun feest. Ze doen dat met gratie, zwier, zeer woordkunstig én muzikaal. En het leuke is dat we hun zelfgeschreven tekst allemaal mogen meezingen op de tonen van ‘Laat ons een bloem’. Dat wordt zeker een fijne en feestelijk uitstap op 19 oktober!

We voegen zondag nog wat kerstrepertoire toe aan het programma. Een beetje oud Vlaams, wat Zweeds en Latijn,… en last but not least (enfin, dus wel last maar niet least) krijgen we ook nog de eerste vier notenbalken van het Ave Verum van Orban voorgeschoteld. Dat is géén “kattenpis”. Zeker niet als laatste repetitie-uurtje van dit intensieve weekend. Daarmee ronden we de dag af. En met een applausje voor de repetitoren, voor Godfried en voor onszelf. De afwezigen hadden ongelijk. Wat was dit toch weer een fijne editie van het jaarlijkse koorweekend!

Foto: Frie Van Rossen

Ik moet eerlijk toegeven dat ik geen fan was bij de eerste ‘lezingen’ van de Balkan-muziek. Het was zeker geen liefde op het eerste gezicht… Maar deze liederen hebben wel geleidelijk aan mijn hart veroverd en misschien ook een beetje gestolen. Ik heb me eraan ‘overgegeven’. En nu het koorweekend achter de rug is, en de concerten voor ons liggen, en een eerste repetitie met Ishtar een feit is, moet ik bekennen dat ik wel ‘verkocht’ ben en erg uitkijk naar onze concerten.

Nee, we moeten begin oktober niet zozeer zingen of klinken als een koor. Maar wel als een groep mensen die houden van zingen met hart en ziel. En we moeten nóg beter luisteren, naar elkaar en naar het ritme, aangegeven door de contrabas, en de strijkers volgen, en de fluitisten… deze muziek klinkt en moet weerklinken als de polsslag van het leven. Misschien ademt deze muziek het leven zelfs. En natuurlijk blijft ook het ademen, zoals altijd, van levensbelang, en van muzikaal belang. Tijdig inademen, gecontroleerd uitademen, blijven ademen, focussen, attent zijn, da-sein, voelen, beheerst in de maat maar ook een beetje zonder maat, samen en alleen, verbinden en weer loslaten. En af en toe, zal het erop aankomen om, heel gewoon, onze “slofkes” aan te trekken…

Frie Van Rossen
Dirk en Gerda zilv'ren paar

Foto: Piet De Smet

Op de tonen van Sinte-Marten

Dirk en Gerda, Dirk en Gerda

Dirk en Gerda zijn het zilv’ren paar, al samen vijfentwintig jaar.

Dirk en Gerda vieren feest vandaag, daar zijn wij bij, ja o zo graag!

 

’t Is in Kieldrecht, ’t Is in Kieldrecht

’t Is in Kieldrecht dat hun huisje staat, dat heeft den Dirk wel zelf gebouwd!

Twee dochters en een flinke zoon: een schoon gezin, ’t verdiende loon.

 

Praet en vissen, Praet en vissen

Praet en vissen dat zit in hun bloed, maar Dirk draagt gene vissershoed.

Bij Engie vond hij zijnen droom, da’s niet de Schelde, maar toch ‘stroom’.

 

En ons Gerda, en ons Gerda

en ons Gerda zorgt voor kindjes klein, haar kookkunst is een waar festijn.

Zij zingt met Dirk in ’t Gregoriuskoor, maar zet ook voor Acantus door!

 

Dirk en Gerda, Dirk en Gerda

Dirk en Gerda zijn een prachtig paar, wij wensen hen nog honderd jaar!

Met Jari, Jintse en Jelien, en ’t eerste kleinkind, ‘komt dat zien’!

 

Dirk en Gerda, Dirk en Gerda

Dirk en Gerda zijn het zilv’ren paar, al samen vijfentwintig jaar.

De zeilen bol, de glazen vol, en nu maar klinken op het paar! Proost!

Foto: Piet De Smet

Godfried Van de Vyvere
AUTUNNO 2019

Het brede, verlaten strand

kwetsbaar

onder een milde najaarszon , die heel de wereld

vult

 

Terwijl ’t licht

steeds kouder en minder wordt

vergaart

een eenzame zilvermeeuw

de laatste kruimels

van de grootse zomer

 

Zilte stilte

vergroot

de weemoed en ’t betoverend-schoon

ONTbolstert

onrust en hypocrisie

 

’t Wiegend geklots

van de dansende zee

die me heeft voortgebracht

zingt een Fado

Foto: Internet

Bea Claus, 30 september 2019
Koorkalender
Zaterdag 19 oktober 2019 13.30 uur Station Temse, vertrek 13.50 uur Bassenfeest Mechelen
Zondag 27 oktober 2019 9.30 uur Laatste artiestenmis Nieuwkerken-Waas
Vrijdag 1 november 2019 11.00 uur Misviering Allerheiligen
Maandag 11 november 2019 11.00 uur Viering AXIS einde WO II
Donderdag 5 december 2019 20.00 uur Generale repetitie kerstconcert Kallo kerk
Vrijdag 13 december 2019 20.00 uur Kerstconcert met Ishtar, Kerk kallo
Zondag 22 december 2019 18.00 uur Kerstconcert met Ishtar, Veldegem
Zaterdag 4 januari 2020 19.00 uur Nieuwjaarsreceptie OC 't Klooster, Vrasene
Donderdag 9 januari 2020 20.00 uur Eerste repetitie 2020
Donderdag 23 januari 2020 20.00 uur Algemene ledenvergadering met bestuursverkiezing, Boerenpoort, Melsele
Zondag 5 juli tot donderdag 9 juli Deelname World Choir Games
Gerd Wenmeekers
Familienieuws

Wij verwelkomen

    Klaartje Schatteman, sopraan

Wij nemen in het koor afscheid van

    Annelies Herremans, sopraan

    Peter Verheyen, tenor


Wij bieden onze oprechte deelneming

bij het overlijden van Theo Staut, (schoon)broer van Jonas Staut en Ivonne Maes

bij het overlijden op 17 september 2019 van Valère Van Walle, echtgenoot van Yvette Pluym

Afscheid nemen

is met zachte vingers

wat voorbij is dichtdoen

en verpakken

in goede gedachten der herinnering

is verwijlen bij een brok leven

en stilstaan op de pieken van pijn en vreugde

 

Dietrich Bonhoeffer

Gerd Wenmeekers
Verjaardagskalender
Isabelle Copejans 14 oktober
Annemie Anné 25 oktober
Gerd Wenmeekers 26 oktober
Rik Daghelet 30 oktober
Sarah De Smedt 2 november
Bea Claus 20 november
   
   
Wim Tachelet 24 november
Frie Van Rossen 25 november
Koen Mols 17 december
   
   
   
   
Hugo Daems 24 december
Wilfried Van de Velde 25 december
Lieve De Munck 2 januari
Katrijn De Bock 4 januari
Tim Bals 6 januari
Lucia De Cauwer 7 januari
Gert Braspenning 19 januari
   
Paul Ghyssaert 3 februari
   
   
   
Juanita De Decker 27 februari
Hugo Thierens 28 februari
Jan Cerfontaine 1 maart
Jonas Staut 4 maart
Luc Geerinckx 8 maart
Piet De Smet 12 maart
Katrien Deckers 13 maart
Kristien Van Bastelaere 15 maart
Daan Peters 16 maart
   
Gerd Wenmeekers