Juni 2019
Voorwoord

Acantus staat niet stil. Dank zij jullie inbreng kan jullie lijfblad de ontwikkelingen op de voet volgen.

We leerden een nieuw repertoire en we konden dat al tonen in de Paasdiensten en in Aarschot. Over het eerste doet Godfried verslag en Frie liet zich eens lyrisch gaan over de Aarschottrip. Weer een stad die voor ons geen geheimen meer kent.

Dat was wat was. Maar er komt nog heel wat. Nog enkele weken slapen en we zitten in Utrecht. Richard Willems, een onverdroten Martinusfan geeft ons al een voorproefje. De agenda voor de Utrechtreis vind je ook al in dit Akantje. Wat er in de iets verdere toekomst op ons afkomt, daarover doet Godfried het licht schijnen.

We hebben een impressie van Aarschot gehad, Koen daarentegen, heeft zijn hart verloren aan Mechelen. Wat zou hij ons willen zeggen?

Er kan geen Akantje verschijnen zonder de poëzie van Bea. Zij is na een wat mindere periode helemaal herboren.

Maar bovenal: onze dirigent werd zestig jaar jong. We eren hem met een frontpagina en een lied van Amuze.

Veel leesgenot.

Piet De Smet
Wat was

Daar het dit jaar ‘een late Pasen’ was, kregen we een ruime voorbereidingstijd voor wat nieuws. De Marienmesse van Alfred Bamer ging er vrij vlotjes in. De eerste uitvoeringen, op Witte Donderdag en in de Paaswake, werden door de luisteraars goed onthaald. Met Ubi caritas en Northern lights, beide van Ola Gjeilo, en Bogoroditse Dyevo van Rachmaninov, studeerden we enkele stevigere kleppers van het ‘serieuzere’ repertoire.

Het nieuwe repertoire zou al snel worden uitgevoerd in de paasdiensten en in Aarschot.

Een quasi voltallig koor (!) moest op Witte Donderdag tussen de pilaren, Erna’s hartconstructie, de gedekte tafel met brandende kaarsen en de dirigent met pupiter en uitwaaierende armen gepropt worden. Dat was geen sinecure. Menig werkongeval (kostuum in brand, val van het podium, ruzie tussen de hoekvrouwen omdat ze niet goed konden zien,….) lag op de loer, maar kon door onze ruime ervaring en onze ‘cool’ alsnog vermeden worden. Ook de eerste uitvoering van de nieuwe werken, de mis en Ubi caritas, zorgde voor wat extra spanning. De flinke bezetting, de goede voorbereiding en de concentratie zorgden voor een geslaagde uitvoering. De dienst eindigde sfeervol met het motet van Da Croce (Tristis est anima mea) en het koraal van Bach (O groβe Lieb’).

Rond de klok van negen konden we dan verder repeteren voor de volgende diensten. En zowaar, we waren iets vroeger klaar dan op de doordeweekse repetities. Het Alleluia van Händel zit stevig en goed ingebakken, en Christ the Lord van vorig jaar, was goed ‘blijven plakken’. En in tegenstelling tot de meeste, zo niet alle, jaargangen, zongen we hetzelfde kyriale op donderdag en zaterdag.

Met een jammer genoeg wat minder bezet koor (vooral een aantal dames liet het afweten) konden we met een gerust gemoed uitkijken naar de mooiste dienst van het jaar. De grote hartconstructie kreeg er nog wat fleurige varianten bij, in small, medium en extra (extra) large. Hetgeen niet onbesproken bleef ‘in de wandelgangen’. De bijdrage van het koor was heel mooi, glanzend, sprankelend. Ja zelfs dat grijsgedraaide HHHHalleluia werd glimmend uitgevoerd. Leuk!

Nog twee repetities, en dan namen we deel aan het ‘Volkoren’ festival in Aarschot. We kregen daarvoor twee verschillende programma’s klaar. Het weer was grauw en grijs, hetgeen toch wat een stempel drukte op de sfeer in dit overigens fraaie stadje. Een kleine regenbui, dan weer zonneschijn, wat zou het worden met het samenzangevenement op het marktplein?

Ons profane concert vond plaats in een wat aftands zaaltje van het college. Weinig publiek, met daaronder prominenten als Koor&Stem Oost-Vlaanderen voorzitter Maria Missine, Marina’s zoon Cedric die hier resideert, en ons eigenste nichtje Sanne die met haar koor later ook zou optreden. Daarbuiten nog enkele mensen… Ondanks de ongunstige opstelling op vier vlakke rijen en de geringe belangstelling zongen we goed. Dit was de eerste uitvoering van Northern lights en Bogoroditse.

Koorleden verspreidden zich in de stad, wij vonden een zonnig terrasje op het traject van college naar kerk. Her en der stonden koren ook in open lucht op te treden. Ons tweede concert was in de statige Onze-Lieve-Vrouwekerk. Hier meer publiek, een prima podium, en Cedrics dochter die onze programma’s uitdeelde. Dank aan de familie De Witte-Smets. Wij produceerden duidelijk ‘wat meer klank’ dan het koor voor ons en het koor na ons. Opnieuw een goede uitvoering, met links en rechts kleine concentratiefoutjes (terrasje, wandelingetje, grijs weer, late namiddag,…? Gloria PatriS,…Er is toch maar 1 God de Vader! De daderes in kwestie zal duidelijk geen overtuigde katholiek geweest zijn). Bon, goed optreden, veel positieve reacties vanuit het publiek, zowel in de kerk als later op de markt.

Samenzang, binnen of buiten? Het hing aan een zijden draadje. Het was toch buiten. Veel mensen vertrouwden het niet, waardoor er niet de verhoopte 2 000 zangers stonden opgesteld. Na ons tweede optreden kon menig Acantuslid zich een geestrijke consumptie permitteren, waardoor de stemming toch enige vrolijkheid kreeg.

De samenzang verliep niet zo optimaal, de Soup-song was nu ook niet de meest ‘optimale’ keuze, ach ja. Daarna volgde nog een afsluitende drink, niet van enige verwarring gespeend. Enkel voor de medewerkers? Enkel voor ‘een delegatie’ van de koren? Voor het hele koor? Nathalie had voor Acantus een ‘delegatie’ van 38 man opgegeven… We vormden inderdaad een duidelijke meerderheid in het zaaltje van het voormalige Clarissenklooster. Door onze aanwezigheid konden we dus een kleine muzikale hulde brengen aan de organisatoren, voornamelijk de twee voortrekkers Johan en Anne. Ze waren duidelijk opgezet met onze ‘Happy Feeling’. Onze deelname aan hun festival werd erg gesmaakt, dat maakte Johan mij meermaals duidelijk.

En voor ons…was het mijns inziens, vooral een goede ‘concertoefening’. Er was weinig publiek op het eerste optreden. Er zijn zoveel koren op zoveel verspreide locaties, dat je, als deelnemer, niet echt opgenomen wordt in een ‘festivalsfeer’. Mede door de dreiging van het weer, was die er ook niet op de afsluitende samenzang. Maar kijk, we hebben onze bijdrage geleverd, we ‘waren erbij’, we hebben bijgedragen aan een manifestatie, we hebben tweemaal goed gezongen, en dus, bij herhaling, voor Acantus een goede oefening. Ook een pluim aan de organisatoren.

De repetities na Aarschot legden de focus op het zomer- en nazomerprogramma: nog een stukje Marienmesse, balkanrepertoire, concertprogramma voor Utrecht, stilaan ook de Hemel…

Godfried Van de Vyvere
Wat komt

Na de dienst van Pinksteren volgt onze trip naar Utrecht. De werkgroep zorgde voor een gevarieerd programma en voor het hotel- en restaurantaanbod. Dankzij het Sint-Maartenscomité onder de stuwende en enthousiaste leiding van Richard Willems, worden we er ontvangen op het pas gerenoveerde stadhuis. Toespraakjes, versnaperingen, rondleiding,…

We verzorgen zondagnamiddag een concert, met Fio als begeleider. Het volledige programma van de trip vind je elders in dit Akantje..

Richard Willems

Na Utrecht volgt de jaarlijkse zomerpauze. We vinden elkaar terug begin augustus. We zingen op de bedevaartweide voor Maria’s ten hemelopneming, dan volgt de hemel, met als werktitel Café Méditerannée, liedjes van de landen rond de Middellandse Zee, van Spanje tot Israël.

We kijken verder uit naar het koorweekeinde (vroeg dit jaar! zie de koorkalender!), de balkanconcerten met Ishtar, de Muzikale Hoogdag te Nieuwkerken, kerstconcerten met Ishtar.

En volgend jaar: de World Choir Games. Op ietsjes langere termijn een groot concert voor het 75-jarig bestaan van de Koninklijke Piet-Stautkring in maart-april 2021 (een Passie), en…ons eigenste 75-jarig bestaan in 2022. De tijd vliegt snel. En ik kan het weten…

Godfried Van de Vyvere
Aarschot Volkoren

4 mei 2019

Het was zo voorspeld door het KMI: het weer zou op zaterdag ronduit wisselvallig zijn en er was een grote kans op winterse buien. De eventuele streepjes zon zouden het daar volgens de weerman of –vrouw maar moeilijk en met mondjesmaat van winnen. En zo begon de dag na wat ochtendzon met dreigende wolken. Al tijdens mijn autorit naar Beveren lieten zich al enkele hagel- en smeltsneeuwvlagen van hun koudste kant zien en voelen. Flink wat wind stond er ook. Maar dat alles zou de pret van de dag niet bederven!

We verzamelden rond tien voor elf op een behoorlijk druilerig en ‘guur’ Stationsplein waar we geduldig wachtten op de bus van Reizen Lauwers, beschutting zoekend onder het afdak van de fietsenberging. In de bus was het gelukkig lekker warm, en de goesting om er ondanks het voorspelde weer een mooie dag van te maken, was er ook. Eens vertrokken met de bus, werden we al snel geconfronteerd met misschien wel een van de meer frustrerende actuele pijnpunten hier in België: de mobiliteit die er geen is! Wij zouden beter spreken over de Belgische “immobiliteit”, want de talloze verkeersinfarcten die het Belgische “wegenstelsel” teisteren, zijn ongekend en talloos. In het verkeer is er tegenwoordig eerder stilstand dan beweging. En in de politiek is het van ’t zelfde: er is vaak veel te veel gepalaver, en er wordt te weinig daad bij het woord gevoegd. Aanschuiven was het dus ook weer op die zaterdagochtend (her en der en onderweg). Dat leverde zoveel vertraging op dat de Acanti-busreizigers die eerder waren vertrokken, ter plaatse aankwamen ná de Acanti-wagenreizigers die later waren vertrokken. Het goeie nieuws was wel dat we allemaal nog op tijd waren op “the place to be”, het Sint-Jozefscollege te Aarschot.

Inzingen deden we daar zoals afgesproken in een klaslokaal, waarvan de deur eens níet - zoals in de meeste scholen - op een muffe en duffe schoolgang uitgaf, maar rechtstreeks op een ruime, zuurstofrijke speelplaats. De bordorde in het lokaal had wel beter gekund maar lag vermoedelijk in lijn met wat je kan verwachten na een lastige laatste schooldag, (en dat is vaak niet zo erg veel meer).

Op het schoolbord zaten nog sporen van witte krijtresten die niet volledig uit de spons waren gespoeld en dus breed over het groene oppervlak waren uitgesmeerd. De geur van een ongeleegd vuilnisbakje, een niet verluchte ruimte vol scholierenadem, potloodschaafsel en een niet al te vaak gedweilde vloer was nog heel duidelijk te ruiken en dat wekte waarschijnlijk niet alleen bij mij verre herinneringen op aan de eigen schooltijd. Een beetje anachronistisch was het wel, om nog een krijtbord te zien. (Op de school van mijn zonen zijn de meeste klassen vandaag toch al digitaal uitgerust met active boards en beamers waarop hooguit nog met stiften wordt geschreven. Er valt dan te hopen voor de leraar of juf én voor het active board zelf dat zij aan het schrijven gaan met de uitwisbare en niet de permanente markeerstiften…).

Maar Aarschot is Sint-Niklaas niet, en de ene school is de andere niet. Dit lokaal heiligde toch wel best ons doel: inzingen! Voor het volgende half uurtje dat ons nog restte, vonden we allemaal ons plaatsje, staande achter een lessenaar.

Godfried kon ons inzingen dan toch begeleiden, tijdens Todos los bienes del mundo zélfs met de uit zijn grijze plastieken vuilniszakkleed gestripte “grote trom”... en hij kon ons nog last minute een “trits van advies en tips” geven. In feite moet ik schrijven “herhalen” want alles wat hij zei, had hij al eerder én vaker gezegd. Die laatste opmerkingen knoopten wij dan maar best in onze oren en waren we nog beter zeker ook indachtig tijdens de uitvoeringen zelf. Het inzingen heeft ook als doel om opnieuw en snel vertrouwd te geraken met de harmonie van de liederen. Die mooie samenklank ontbrak bij ‘onze inzingende uitvoering’. We moesten nogal optornen tegen het gezang van het andere koor dat in het naburige klaslokaaltje had postgevat en stond in te zingen onder niet al te zuiver gestemd gitaargetokkel. Hun gezang (of geluid…) bereikte ons bovendien extra sterk vervormd via de slecht geïsoleerde scheidingsmuur en verbindingsdeur tussen beide aan elkaar grenzende klaslokalen. Dat bracht Godfried ertoe om op een bepaald moment - met een niet zo erg lieve grimas op zijn gezicht - “shut up” te fluisteren, richting onze buren, wat wij hem, rekening houdend met de omstandigheden, niet anders konden dan grif vergeven.

Een gebrek aan zuurstof manifesteerde zich in ons lokaal, maar we hielden dapper stand, probeerden goed en tijdig en met de juiste mondstand in te ademen, niet té veel in de partituren te duiken of ernaar te turen, … en er waren gelukkig geen ‘flauwvallers’ of we maakten geen al te gênante ‘bloopers’. De zon deed haar best om met haar redelijk gulle stralen door de ramen binnen te dringen en bracht daarmee hoop, warmte en licht in het grijze neerslagdal waarmee de dag was begonnen.

Na het inzingen zetten wij ons in (redelijk) grote getale in beweging, maar met een toch ietwat teleurstellend uitgedunde groep alten. :-) Een beetje langzaam slepend, traag maar gestaag beklommen wij de trappen richting ‘kapel-auditorium’ van de school. Op het eerder smalle podium waarop een vleugelpiano stond te blinken, drong zich een beetje andere kooropstelling op. Godfried trad hierbij op als ervaren verkeersdirigent. Zo vond iedereen zijn of haar plekje. Voor de mannen was het een beetje reikhalzend over de dames heen kijken om Godfrieds dirigeerwerk goed in de gaten te kunnen houden, maar het werkte wél. We zongen ons profane programma voor niet veel meer dan een dozijn mensen, en gaven ook voor het eerst het mooie ‘Northern Light’ van Ola Gjeilo ten beste voor het publiek. Spannend was dat!

Fio begeleidde ons “as always gezwind en goed gezind” op de piano. Tussendoor weerklonken ook fijne maar bemoedigende applausjes van “die tien man en een paardenkop” in de zaal… Het mooie ‘Autumn Leaves’ en de feel good ‘Good News’ moesten eraan geloven wegens een te krap tijdsbestek. Maar het was toch een fijn eerste optreden waarmee Godfried een ‘goodie bag’ had verdiend en elk koorlid een flesje lavend Louisewater. Fijn was het om onze eerste dorst daarmee te lessen. Het was een verademing om het toch eerder stoffige en donkere ‘kapel-auditorium’ weliswaar door een mooi hoog houten tongewelf overspannen, te verlaten en op de zonovergoten speelplaats te ‘landen’.

Er was dan wel weer even tijd. Om wat frisse lucht in onze longen te zuigen. Om een stapje te zetten langs enkele Aarschotse straten. We zetten koers, op zoek naar een terrasje waar we iets (misschien toch anders dan lavend Louisewater) zouden drinken.

Het Volkoren-bus-treintje van Volkoren Aarschot passeerde en stopte. Van geluk “sprongen” we erin waardoor onze uitstap nóg meer als een schoolreisje begon te voelen. We lieten van ons horen. Good News hadden we gemist, maar dat konden we nu compenseren door het uit volle borst te zingen in het treintje, en al snel weerklonk doorheen de open treinraampjes deze zonnige gospel tot ons eigen groot jolijt en dat van de passanten. Onder luid gelach en nogal wat gegiechel maakten we foto’s en filmpjes met onze smartphones, van elkaar, van onszelf. Want ja toch, in deze digitale en virtuele tijden mogen de al dan niet mislukte selfies toch niet ontbreken? Bovendien helpen foto’s ons om de mooie momenten te -blijven- herinneren, of ‘para matar as saudades’ om het even in het Portugees te zeggen, en oh, wat was dit toch een amicale, plezante, gezellige en leuke ‘ride’!?

Op de Aarschotse “Grote” markt, stapten we uit het treintje. Ook daar stond een van de vele podia waarop een van de deelnemende koren het beste van zichzelf stond te geven. We speurden naar vrije tafeltjes en scoorden er al snel twee op het terras van café ‘Cosi’ met “a prime view on stage” en gezellig uitgerust met terrasverwarming die haar warmte onze richting uitstraalde. De ober nam onze bestellingen snel op, en leverde en rekende ze al even vlotjes af. Gezellig keuvelend bij onze drankjes, tikte de tijd rustig verder en weg, maar niet snel genoeg om een tweede drankenrondje onmogelijk te maken. Dus klonken wij nog eens, op elkaar en Acantus, op het vervolg, de toekomst en nog vele fijne momenten samen.

En dan was het tijd terug in beweging te komen en ons naar de Aarschotse Onze-Lieve-Vrouwekerk te begeven. Je kon er niet naast kijken, temeer ook omdat onze bevallige Bea er al onze opwachting stond te maken, druk gesticulerend en gul gebarend naar de ingang, vonden we direct onze weg naar binnen. Mooie kerk. Anders dan anders. Bijzonder.

Het was op de tippen binnenlopen langs de zijbeuk want er stond nog een ander koor te zingen. Stromae’s Papaoutai was in een koorkleedje gestoken. De koorleden zelf droegen wit-blauw glimmende capes. De snit van de capes had iets weg van die waarmee boksers zich warm houden voor zij hun gespierde torso’s ontbloten en de ring betreden. De dirigent probeerde het publiek te enthousiasmeren en bij het refreintje mee te laten zingen. Ik had zeker wel zin om mee te zingen, maar dit nummer van Stromae dat je toch als een populair publiek “meezingertje” kan beschouwen, heeft een tekst die mij behoorlijk deed aarzelen en terugdeinzen. Ik had er kunnen over struikelen, misschien niet zozeer over de tekst of het ritme, of de melodie van het lied, maar eerder over haar toch eerder pijnlijke “afwezige-vader-thema”, een thema dat mij méér bekend dan lief is … en wat mijn stemming soms snel en sterk naar treurnis kan doen omslaan.

Où t'es, papa où t'es?

Où t'es, papa où t'es?

Où t'es, papa où t'es?

Où, t'es où, t'es où, papa où t'es?

Où est ton papa?

Dis-moi où est ton papa?

Sans même devoir lui parler

Il sait ce qui ne va pas

Ah sacré papa

Dis-moi où es-tu caché?

Ça doit, faire au moins mille fois que j'ai

Compté mes doigts

Où est ton papa?

Dis-moi où est ton papa?

Sans même devoir lui parler

Il sait ce qui ne va pas

Ah sacré papa

Dis-moi où es-tu caché?

Ça doit, faire au moins mille fois que j'ai

Compté mes doigts

Où t'es, papa où t'es?

Où t'es, papa où t'es?

Où t'es, papa où t'es?

Où, t'es où, t'es où, papa où t'es?

Eigenlijk had ik méér zin om mee te dansen, erop wég te dansen, om, al was het voor heel even, te vergeten. Dansen helpt om treurnis te counteren. Maar helaas kan en mag het niet, dansen in een kerk, en het ‘staat’ ook helemaal niet in het huis Gods. Dus probeerde ik maar aan mijn stoel genageld te blijven zitten. Misschien toch beter om aan een stoel genageld te zijn dan aan een kruis... Hallelujah!

En dan werd Acantus ingeleid door een van de vrijwilligers. Terwijl de intro door de microfoon weerklonk, stelden wij ons alvast op, want dat mocht, spaarde tijd uit en werd zelfs aangemoedigd. We bereidden ons intussen mentaal voor op ons religieuze of sacrale programma. De focus tijdens onze uitvoering, was er wel. De akoestiek liet zeker niet te wensen over. Het halfuurtje was vliegensvlug voorbij. Het had wat mij betreft nog wat langer mogen duren. Maar voor we het dus goed en wel doorhadden, was het voor ons afgelopen. Het volgende koor stond al klaar om ons af te lossen.

We keerden terug richting markt en bezetten daar met een stevige delegatie Acanti een andere gezellige kroeg (die helemaal naar) “Ons Goesting” (was). We bestelden nog een biertje, een blonde Tongerlo, van ‘t vat of van de fles, of wat anders. Wachtend op de ‘grote samenzang’ zongen we alvast “Ein Prosit der Gemütlichkeit” op teken van en samen met de andere gelijkgestemde cafégangers of -zangers. Ook voor de grote samenzang waren de weergoden ons welgezind. We mochten zingen in openlucht, zonder spatje regen, en onder een blije zon.

De netwerkborrel was de échte afsluiter van de dag en gaf enkelen van ons in de eerste plaats de gelegenheid om tijd uit te trekken voor een inmiddels hoogdringend geworden toiletbezoek. Verder kwam daar ook een zingend ‘bedankmoment’ voor de organisatoren van Aarschot Volkoren aan te pas. Ik had zelfs een netwerkbabbel met een man, al wat grijzend, met baard en snor, en pretlichtoogjes. Hij droeg een vioolkist op de rug, wat het aanknopingspunt voor ons gesprek was, omdat viool spelen ook mijn passie is… Wanneer hij me vroeg van waar wij waren (of zijn) en ik antwoordde dat ik van Waasmunster was (of ben) maar ‘mijn’ koor van Beveren-Waas, bleek dat, zoals je vaak vaststelt op een netwerkborrel, de wereld toch klein is want wij kennen allebei Bart De Cock en zijn echtgenote Tineke Cornelis. Bij haar volgde ik in de eerste helft van mijn leven blokfluitlessen en samenspel blokfluit. De man zelf speelt folkmuziek. Daar heb ik (nog) geen kaas van gegeten, maar dat maakte niet uit, want de gemeenschappelijke snaren waren al beroerd en aangeraakt en ook bleek dat de bezieling die wij - en iedereen aanwezig op de netwerkborrel - deelden mínstens de muziek zelf is, en de zin, de goesting en de liefde voor zingen en, misschien nog het meeste van al, het plezier van samen zingen en musiceren. Volgens mij gaat er van weinige activiteiten zulke verbindende en helende kracht uit als van zingen.

De kracht zoals die spreekt in en uit het seizoen waarin wij ons nu onmiskenbaar bevinden: de lente. Voor mij een van de mooiste seizoenen. De lente is dapper, ze getuigt van leven en licht na duisternis. Ze ontluikt, in al haar pracht en glorie, elk jaar opnieuw. Ze brengt ons in verwondering en in vervoering. In de lente kunnen wij ons -opnieuw- voelen als de jonge kinderen die wij ooit waren. Ze houdt de belofte in van toekomst. Ze is jong, jeugdig, levendig, fris en kleurrijk. Ze belooft ons een -hopelijk zwoele en warme- zomer. Ze laat ons op krachten komen na donkere winterdagen. Ze lokt ons naar buiten en ze verleidt ons met haar tere texturen en kleuren. Ze heeft menig artiest geïnspireerd. Kijk maar naar Van Gogh. Ze dwingt ons om het leven te zien, te horen, te voelen, te ruiken en te grijpen. Ze toont ons “het” nieuwe begin, ze herinnert er ons aan dat er altijd weer herbegonnen kan worden, dat nieuwe kansen altijd weer komen of gegeven worden, ‘no matter what or how’. Ze is de zachte en tedere getuige van de hoop die er altijd is, van de tederheid en zachtheid die lenigt na harde geseling, pijn, kilte, verwoesting of dood.

Ze belichaamt het kwetsbare, het tere, het schone. Ze wijst en wenkt naar een soort van onschuld en geeft ons een glimp van wat verrijzenis en wedergeboorte kan zijn. Ze past uitstekend bij de Goede Week, bij Pasen, wanneer goddelijkheid voelbaar is te midden van alle menselijkheid. Ook dit jaar stonden wij weer op uit onze winterslaap en zoeken we verbinding, met wat is en met wie we zijn, met alles rondom ons, met het leven, en alles wat ons gegeven is tussen en ondanks alles wat ons is ontnomen, ontzegd of met dat waarnaar wij zoekend zijn of dat wat wij (nog) niet weten. Een anti-dotum of tegengif is de lente, een levenselixir, een anti-dood-en-leven-bij-uitstek-seizoen. Ik ben er dankbaar omdat ze zich altijd opnieuw manifesteert en jaar na jaar terugkeert, maar méér nog ben ik blij dat ik ze kan zien. Zo.

Met haar kracht en schoonheid, klank en kleur, haar kwetsbaarheid en vergankelijkheid. De lente is altijd weer een feest. Je zou van minder blij of gelukkig worden of dartel beginnen te huppelen, dansen én zingen en fotograferen!

De bus bracht ons terug, na een mooie dag van samenzijn, waarin we onze banden onderling mochten versterken. Er was zowaar nog stem en zin over om op de bus wat samenzang ‘te plegen’. Aan het einde van de dag voelden wij ons moe, tevreden en voldaan. En nu kunnen we weer beginnen uitkijken naar ons volgende project en de ‘aanloop’ ernaartoe. Laat de (nieuwe) muziek maar komen! De Balkan Express zal zich de komende weken langzaam op gang trekken. Laat het een stomend parcours worden richting station CC Ter Vesten met een blije en feestelijke aankomst op 5 en 6 oktober!

Bedankt aan iedereen die erbij was, voor het gezelschap, en dank ook aan Godfried en het bestuur voor de organisatie zodat wij deze editie van Aarschot Volkoren 2019 konden beleven en voor de fijne dag!

Frie Van Rossen
Mechelen

Het was grauw en grijs en het regende, toen de groene bus met de ronde ogen zich puffend tot stilstand bracht aan het station. Mijn moeder zette toen – dat staat me nog scherp voor de geest – haar plastic regenkapje op en nam me bij de hand om met mij het laatste stuk te voet af te leggen naar het kabinet van een dokter-specialist in de statige Leopoldstraat. Ik was zes, misschien zeven jaar en kwam voor de eerste keer van mijn leven in een echte stad terecht.

Voor een kind uit de Zuiderkempen was in de jaren zestig Mechelen een metropool. Vanuit Heist-op-den-Berg was de eerste toren die zichtbaar werd vanachter de bewasemde ruiten van de bus de modernistische “wolkenkrabber” van de Nova. Een gigantisch complex, het uithangbord bij uitstek van de meubelindustrie die toen nog een florissante nijverheid was in het Mechelse.

Dan pas ging je onder de treinsporen van Nekkerspoel door, over de noordelijke Dijle-arm en kwam je de cirkelvormige binnenstad ingereden waar de gotische Sint-Rombouts boven de stad uittorende.

Ook als scholier kwam ik regelmatig in Mechelen. We gingen zwemmen in ‘t “oud zwembad” dat onlangs een herbestemming kreeg als hotel. We kwamen er naar de bibliotheek, verscholen achter de “Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle kerk” of gingen naar de cinema in de Bruul en dronken er onze eerste pintjes in één van de vele bruine kroegen rond de grote markt (ver van de spiedende ogen van bemoeizuchtige moeders en vaders in Heist). Zelfs mijn eerste job vond ik er. In het aan de Leuvense vaart gelegen “bommenkot”, leerde ik er tijdens een stage de knepen van de metallurgie.

Zo lopen de ontmoetingen met Mechelen als een rode draad door mijn jeugd. Zo is het tijd voor een vernieuwde kennismaking.

Zoals bij vele oude steden in de Nederlanden rest er nog weinig van de omwalling waarachter de stad zijn vrijheden bewaarde. Planologen hebben de ruimte dankbaar ingepalmd om er versmachtende autoboulevards van te maken en in Mechelen is het enige restant de Brusselpoort.

Mechelen groeide op het kruispunt van een belangrijke handelsroute (van de Noordelijke Nederlanden tot diep in Frankrijk) en de rivier de Dijle die de oude binnenstad met zijn twee armen omsluit. Tussen beide armen werd de drassige grond afgewaterd met talloze grachten en vlieten waarvan de Melaan de bekendste is. Maar ook de naam IJzerenleen herinnert nog aan de ijzeren leuningen die langs beide oevers van een nu overwelfde vliet waren opgericht.

Vandaag is de IJzerenleen de “Champs Elysées” van de Mechelaars met mooie winkelpanden en één van de oudste stadhuizen van Vlaanderen. Mechelen, is voor ons natuurlijk ook bekend als zetel van de Belgische kerkprovincie; het aartsbisschoppelijk paleis aan de Wollemarkt waarvan de tuin onlangs is opengesteld voor het grote publiek is het bezoeken waard. Ook de Sint-Rombouts kathedraal is, ondanks het ontbreken van de torenspits, een majestueus en imposant bouwwerk met een prachtige beiaard en orgel.

Minstens even belangrijk is dat Mechelen ook lange tijd een bestuurlijke rol heeft gespeeld. In de Bourgondische tijden was het niet alleen de woonplaats van Margaretha Van Oostenrijk die vanuit het Hof van Savoye de Nederlanden bestierde, maar ook de “Grote Raad”, het hoogste rechtscollege van de Nederlanden zetelde in Mechelen in het schepenhuis (tussen de IJzerenleen en de Grote Markt).

Ben je ondertussen benieuwd naar al wat er in deze stad te beleven valt, geschiedenis, cultuur, sappige verhalen, een frisse pint in een historisch kader? Schrijf je dan als de bliksem in voor hét evenement van het jaar, het nec plus ultra van het koorleven: het onovertroffen bassenfeest!

Ik kijk er naar uit om samen met jullie deze parel, stad van de Maneblussers, te herontdekken op zaterdag 19 oktober.

Koen Mols
Bassenfeest 19 oktober 2019
13.30 uur Verzamelen aan station Temse (tickets door de bassen). Voldoende parkeerplaats.
13.50 uur Vertrek trein naar Mechelen
14.20 uur Aankomst station Mechelen (stadsplannetjes voorzien door de bassen)
14.30 uur Gidsen halen ons af aan het station
Wandeling 1: Inspriratie Dijlewandeling (insteek natuur)
Wandeling 2: Bourgondische stadswandeling (historische insteek)
Wandeling 3: Plezante wandeling (ludieke insteek)
16.30 uur Einde wandeling
17.00 uur Bezoek brouwerij ‘Het Anker’
18.00 uur Einde bezoek en proeverij
18.30 uur Maaltijd in zaal ter plaatse. Menu van de Brouwer of vegetarisch alternatief
21.30 uur Vertrek naar station Mechelen (1 uur, eventueel met bus De Lijn)
22.40 uur Vertrek trein spoor 5
23.10 uur Aankomst station Temse spoor 1

Prijs per persoon: 50 €.

Er komt een elektronisch formulier waarin je de voorkeur voor wandeling kan aanduiden.

Menu van de Brouwer

Biersoepje op basis van knolselder en Gouden Carolus Ambrio

****

Mechelse koekoek op Brabantse wijze met gekarameliseerd witlof, Gouden Carolus Tripel en kroketjes

Of


Waterzooi van seizoensgroenten en Omegabaars met peterselie-aardappeltjes

****

Charlotte van rode vruchten met crème Anglaise

 

Vegetarische alternatieven

Curry van bloemkool met Lavas en Seitan

Of

Stoofpotje van seizoens groentjes en geroosterde tofu

Of

Risotto met erwtjes en munt

Of

Tagliatelle met gewokte groentjes, quorn, Manenblusser Lente

Aangepaste bieren bij de maaltijd inbegrepen alsook water en koffie of thee na de maaltijd.

Piet De Smet
Culturele routes

Culturele routes door de Raad van Europa erkend.

De Europese beschaving bestaat uit een geheel van diverse culturen en identiteiten die door een netwerk van culturele routes – zowel pelgrimsroutes als profane routes - met elkaar verbonden kunnen worden. De routes naar Rome, Compostella en de Route Saint-Martin zijn dus geen alleenstaande, maar wel de oudste en spiritueel belangrijkste routes. Vandaag zijn er 33 culturele routes die door de Raad van Europa erkend zijn.

Al deze Europese routes geven potentieel aan toerisme en zetten de locaties waar zij passeren op de Europese kaart. Het is de bedoeling dat het geheel van de routes een draagvlak vormt voor het delen van kunst, cultuur en natuur.

De figuur van Martinus

Martinus werd geboren in 316 in Sabaria (het huidige Szombathely in Hongarije) als zoon van een Romeins legioensoldaat. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en werd eveneens Romeins soldaat. In 353 deelde hij zijn mantel aan de poort van Amiens. Hij verliet het leger en werd christen. Zijn moeder werd door hem gedoopt, zijn vader weigerde zich te laten dopen, maar respecteerde de keuze van zijn zoon. Martinus stichtte in 361 een klooster in Ligugé. In 371 werd hij bisschop van Tours. Zijn invloed gold niet alleen klerikaal, maar ook politiek. In 384 nam hij deel aan het concilie in Bordeaux waar hij zich verzette tegen het arianisme, een strekking die voor verdeeldheid in het christendom zorgde. Hij overleed op 8 november 397 te Candes (Fr) en werd begraven in Tours op 11 november 397.

Martinus is een symbolische persoonlijkheid. Hij was een spiritueel leider die over heel Europa veel sporen naliet. Daar waar het Romeins mediterraan imperium (dat uit elkaar aan het vallen was) een eenheid creëerde op militair vlak, ontwikkelde Martinus daarentegen een eenheid van gelovigen. Hij is daarom één van de meest bekende Europese heiligen. Hij bezocht tijdens zijn leven een groot deel van Europa. Martinus stichtte het eerste westerse klooster te Ligugé. Merovech, koning van de Salische Franken, nam Martinus in de vijfde eeuw als patroonheilige. Dit bracht een grote Martinusverering met zich mee. Vier eeuwen later, tijdens de machtsperiode van keizer Karel de Grote, werd Martinus beschermheilige van het Karolingische Rijk. Karel de Grote geloofde stellig dat Martinus zijn rijk beschermde. Een groot aantal kerken en kapellen werd aan hem toegewijd. De stad Tours, waar Martinus begraven ligt, werd één van de voornaamste pelgrimssteden in Europa. Momenteel zijn er over de hele wereld duizenden kerken en kapellen aan Martinus toegewijd, waarvan ca. 4000 in Frankrijk.

De naam Martinus, Martin, Martino, Maarten is over heel de wereld bekend. In alle werelddelen vindt men de naam van Martinus terug als stad, dorp, gehucht, school of bedrijf. Er ontstonden devoties te zijner ere die dikwijls hun oorsprong vinden in voorchristelijke gebruiken. Martinus werd een volksheilige, maar vooral het symbool van naastenliefde en vrijgevigheid. Optochten, lichtstoeten, vuren, uitdelen van brood en wijn, liederen te zijner ere gezongen en wat al meer werden op zijn feestdag georganiseerd. Hij werd de beschermheilige van tientallen beroepen: soldaten, ruiters, smeden, wevers, kleermakers, bedelaars en kuipers. Als ontginningsheilige werd hij schutspatroon van paarden en ganzen en werd hij aangeroepen tegen bedwateren, slangen, ongedierte en wormen.

Martinusroute, Route Saint Marin, Via Sancti Martini, Martinusweg,…

Vier routes vanuit diverse windstreken leiden naar de stad Tours waar Martinus begraven werd.

    1. Van Szombathely, zijn geboorteplaats (in het huidige Hongarije) via Slovenië – Kroatië naar Italië (Pavia) en via Lyon naar Tours. (deze route is klaar)
    2. Van Szombathely, via Worms, Trier, (Duitsland) – over Luxemburg – Wallonië – Reims naar Tours (grote delen van de route zijn klaar)
    3. Van Zaragoza (Spanje) waar Martinus een kerkvergadering bijwoonde over de Pyreneeën naar Bordeaux en via Poitiers naar Tours
    4. Van Utrecht, de meest noordelijke kathedraal aan Martinus gewijd, via Breda naar Vlaanderen en over Beveren naar Aalst en verder langs Deinze via Ieper naar Frankrijk en verder via Amiens naar Tours

    Het doel van het netwerk is door middel van deze Europese routes het gedachtengoed van Martinus van Tours uit te dragen. Het universeel gedachtengoed van Martinus is delen. Delen en vrede staan niet los van elkaar, ze zijn met elkaar verbonden. De Sint-Martinusroutes zijn daarom ook vredespaden. Delen kan men zowel op cultureel als op materieel vlak, zowel kleinschalig als grootschalig. Delen van waarden betekent ook het respecteren van elkaars culturen. Andere culturen en gebruiken leert men kennen door op stap te gaan, met mensen te praten, door zich open te stellen voor het verhaal van anderen. Naast rurale wegen en mooie landschappen lopen de routes evenzeer via historische plaatsen of slagvelden. De deelnemers aan de route mogen zowel gelovig als vrijzinnig zijn.

    Eerste bewegwijzerde traject van de Martinusroute in Vlaanderen ingewandeld.

    Op zondag 28 april 2019, Erfgoeddag, werd het allereerste bewegwijzerde traject van de Martinusroute op Vlaamse bodem ingewandeld. Het 25 km lange traject van Martinusstad Aalst tot Massemen, werd in samenwerking met de gemeente Beveren, trekker van de Martinusroute in Vlaanderen, bewegwijzerd. Massemen is een deelgemeente van Wetteren. De inwandeling kaderde in de feestelijkheden rond de duizendste verjaardag van de Martinuskerk. Meer dan tweehonderd deelnemers, waaronder een delegatie van Beveren, stapten mee op in de bijna zes uur durende wandeling. Een schitterend landschap doorheen pittoreske dorpen en landschappen deed de deelnemers het druilerige weer vergeten. De deelnemers, zowel wandelaars als fietsers, passeerden langs de historische Sint-Maartenskerken van Aalst, Lede, Oordegem, Westrem en Massemen. Langs het parcours, in Lede en Oordegem stonden tentjes opgesteld waar men kon verpozen. Een gemeende proficiat voor de organisatoren is hier zeker op zijn plaats. Meer gegevens over deze Sint-Martinuswandeling van Aalst naar Wetteren kan men raadplegen op www.wegvanwetteren.be . Beveren is ondertussen verder aan het werken aan de uitbouw van het traject door Vlaanderen. Een deel van de Martinusroute van Burcht via Zwijndrecht naar Beveren werd reeds bewegwijzerd en zal nog dit jaar officieel worden ingewandeld.

    Richard Willems
    Programma Utrecht
    Zaterdag 29 juni
    07.00u-07.30 uur Verzamelen aan Stationsplein in Beveren
    07.30 uur Busreis naar Utrecht (Reizen Lauwers)
    09.30 uur Aankomst Apollo Hotel Utrecht City Centre (koffers in bagagezaal, check-in vanaf 14u00)
    10.00 uur Historische stadswandeling (startpunt = receptie Apollo Hotel)
    11.30 uur Rondleiding in het oude stadhuis van Utrecht/Ontvangst door schepen
    13.00 uur Vrije lunch en namiddag (niet inbegrepen in de prijs) Suggesties: Boottocht, rederij Schuttevaer, Museum Catharijneconvent, Domtoren online (op voorhand online te boeken), Spoorwegmuseum, Opentuindag Utrecht, Universiteitsmuseum
    18.00 uur Verzamelen aan de receptie van het hotel en vertrek te voet naar brasserie Oudaen
    18.30 uur Verzamelen en te voet naar restaurant Oudaen (ongeveer 5’)
    18.30 uur Bierproeverij, brasserie Oudaen
    19.00 uur Diner, brasserie Oudaen
    Zondag 30 juni
    08.00u-9.30 uur Ontbijt in hotel & check-out (koffers in bagagezaal)
    9.45 uur Verzamelen aan de receptie van het hotel & vertrek te voet naar het Speelklokmuseum
    10.00 uur Onthaal Speelklokmuseum
    Groep 1 (25 personen) gaat mee met de privé-rondleiding, groep 2 kijkt rond in het museum
    11.00 uur Groep 2 (25 personen) gaat mee met de privé-rondleiding, groep 1 kijkt rond in het museum
    12.00 uur Vrije Lunch (niet inbegrepen in de prijs)
    13.00 uur Verzamelen aan de receptie van Hotel Apollo & koffers ophalen
    13.30 uur Busrit van Hotel Apollo naar de Sint-Aloysiuskerk Utrecht
    14.00 uur Aankomst Sint-Aloysiuskerk /Inzingen
    15.00 uur Concert in de Sint-Aloysiuskerk
    17.00 uur Busrit naar restaurant Vlonders
    18.00 uur Diner in restaurant Vlonders
    20.00 uur Busreis naar Beveren
    Katrien Deckers
    Godfried 60 jaar

    (lied op melodie van Sinoc Ja I Moja Nana)

    Laat ons vieren onze Godfried, hij is nu toch zestig jaar.

    Laat ons zingen, repeteren, hij is top als dirigent.

    Viva onze Godfried, luister naar ons woorden,

    blijf gefocust op je droom.

    Blijf toch alles geven, naar perfectie streven,

    want dat vinden wij zo schoon.

    Dirigeren, componeren, hij brengt alles voor elkaar.

    Controleren, reclameren, hij staat altijd voor ons klaar.

    Ziet hij er niet goed uit, heeft nog al zijn haren,

    hij is slank, wat een kastaar.

    Fris nog van geheugen, dartel als een veulen,

    ziet eruit als 30 jaar…

    Amuze
    Herboren

    In één seconde

    schoof mijn wereld

    DICHT, ONBEWEEGLIJK

    de hemel tussen zon en maan.

    Langs mijn zij

    hingen lamme vleugels

    en kraakte de lente in mijn benen.

    Alle woorden stonden

    STIL.

     

    Meer dan ooit,

    het BESEF:

    We zijn gemetseld in de tijd,

    vloeien voorbij,

    zijn het verleden dat verder loopt.

     

    Voortaan

    geen haastige kalenders meer.

    Op het vlies van het water

    liggen zacht de vergezichten

    en het blauw van later.

     

    HERBOREN

    Als ’t frisse groen van frêle blaadjes

    badend

    in een vrolijke Paaszon.

    Bea Claus, 14/05/2019
    Koorkalender
    Zondag 9 juni 11.00 uur Pinksterviering
    Zaterdag 29 juni tot zondag 30 juni 2018 7.30 uur station Beveren Koorreis Utrecht
    Donderdag 15 augustus 2018 11.00 uur Opluisteren eucharistieviering Melsele
    Donderdag 22 augustus 2018 Begin Hemelweekeinde Beverse Feesten
    Zondag 25 augustus 2018 11.00 uur Aperitiefconcert
    Zaterdag 14 september 2019 10.00 uur Koorweekeinde te Drongen
    Zondag 15 september 2019 17.00 uur Einde koorweekende te Drongen
    Zaterdag 5 oktober 2019 20.00 uur Concert met Ishtar
    Zondag 6 oktober 2019 16.00 uur Concert met Ishtar
    Zaterdag 19 oktober 2019 Bassenfeest
    Zondag 27 oktober 2019 9.30 uur Laatste artiestenmis Nieuwkerken-Waas
    Vrijdag 1 november 2019 11.00 uur Misviering Allerheiligen
    Zaterdag 22 december 2019 20.00 uur Kerstconcert met Ishtar, Veldegem
    Optie: december Kerstconcert met Ishtar in onze regio
    Gerd Wenmeekers
    Familienieuws

    Wij verwelkomen

      Peter Verheyen, tenor

    Wij nemen in het koor afscheid van

      Gerda Mouton, alt


    Gerd Wenmeekers
    Verjaardagskalender
    Annelies Herremans 23 juni
    Manu Cardon 25 juni
    Carry Decleer 4 juli
    Nicole De Laet 21 juli
       
    Klaartje Schatteman 25 juli
    Marina Smets 28 juli
    Dirk Praet 4 augustus
    Tin Campo 13 augustus
       
    Mieke Michiels 5 september
    Yvette Pluym 14 september
    Marc Van Kerckhoven 15 september
    Marja Van Kooten 19 september
       
    Isabelle Copejans 14 oktober
    Annemie Anné 25 oktober
    Gerd Wenmeekers 26 oktober
    Rik Daghelet 30 oktober
       
    Gerd Wenmeekers